leeuwenaandeel

onzijdig (het)/ˈlewə(n)ˌandel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk (figuurlijk) veruit grootste part van een verdeling, voornaamste deel
    De handelsbalans tussen de beide landen in het afgelopen jaar is opgelopen tot ruim 1,2 miljard dollar. De Nederlandse uitvoer naar Turkije vormt het leeuwenaandeel: 750 miljoen dollar.

Etymologie

*, een verwijzing naar een fabel van de Oudgriekse dichter :