leestoon

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de klank waarmee men een tekst voorleest
    Op die manier hoorden we tegelijk een verhaal, een analyse ervan, getuigenissen, liederen en instrumentale stukken. Het is niet eenvoudig om daar een vloeiende lijn in te krijgen, en dat lukte dan ook niet. Het evenwicht was onduidelijk, de liederen (half recitatieven) waren grotendeels onverstaanbaar, de teksten werden te veel op leestoon gebracht. De Standaard 02 MEI 2002 OM 00:00 UUR | Peter Vantyghem [http://www.standaard.be/cnt/dst02052002_050 De schrift volgens Wannes]