leeskamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rustige kamer waarin men kan lezen
    Hans van de Beek, schrijver en journalist van Het Parool, las in de leeskamer voor uit ‘Wees gegroet’. Hij werd muzikaal begeleid door Frank Droste en Sandra Abbink.Tubantia Roel Lutkenhaus 19-JUNI-2011
    Schatborn, van wie volgend jaar een catalogus met Rembrandts complete getekende oeuvre verschijnt, licht het project toe in de leeskamer van de bibliotheek van het Rijksmuseum. Meer dan dertig jaar was hij werkzaam bij het prentenkabinet van het museum en hield hij zich bezig met Rembrandt: exposities, toeschrijvingen, een doorlopend onderzoek dat zijn fascinatie voor de kunstenaar er niet minder op maakte, integendeel.Volkskrant Stefan Kuiper 26 juli 2017