leenfiets

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlenfits/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een fiets die is uitgeleend of bedoeld is om uit te lenen
    Bij fietsenmaker om de hoek kan je wel een leenfiets krijgen als je je eigen laat repareren.
    Bij de balie van het hotel stond een kleine roze leenfiets waarop ik tevreden richting het winkelcentrum fietste.