leefbaarheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets leefbaar is; de mate waarin je ergens prettig kunt wonen
    Wethouder Van Doorninck noemt de uitspraak heel goed nieuws voor bewoners. "De leefbaarheid van hun straat wordt beschermd."

Etymologie

* afgeleid van leefbaar