leblam

onzijdig (het)/ˈlɛplɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veeteelt (veeteelt) jong schaap dat niet door de moeder wordt gezoogd, maar door mensen met andere melk wordt grootgebracht
    "En elk jaar laten we een leblam loslopen over het erf. Ze loopt nooit weg, tot verbazing van de gasten." Het schattige lammetje levert boerin Hennie de bijnaam "moeder van ooitje op".

Etymologie

*, van het werkwoord lebben of leppen, waar lebberen een frequentatief van is, of (ook) van het "leb", omdat bij zogende lammetjes alleen de lebmaag werkt