lebberen

/ˈlɛbərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. drinken, intr (drinken) (intr) (min of meer hoorbaar) met kleine teugjes drinken
  2. (jeugd) zoenen (eigenlijke betekenis): kleverig, slijmerig worden

Etymologie

*(freqtt) lebben , in de betekenis van ‘slobberen’ voor het eerst aangetroffen in 1897