lazerij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het menselijk lichaam
- melaatsheid, lepra, leprozenhuis
Etymologie
*afleiding van Lazarus
Uitdrukkingen
- iemand op zijn lazerij komen geven — iemand een pak slaag geven, iemand straffen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek