lauden

meervoud/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) tweede getijde van de dag waar weer de nodige gebeden dienen te worden gehouden

Etymologie

*, van Latijn "laudes", in de betekenis van ‘kerkelijk getijde’ voor het eerst aangetroffen in 1629

Vertalingen

Spaanslaudes