latrine

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toilet die buiten het huis is gelegen
    Zijn 'Paulusmoment' beleefde hij toen hij bij toeval een oudere zwarte vrouw ontmoette die bezig was voor zichzelf een latrine-toilet te graven. 'In Johannesburg, die moderne stad! In 2009, vijftien jaar nadat we de apartheid ten grave hadden gedragen! Toen besefte ik hoezeer het ANC had gefaald. De DA was voor mij vervolgens een natuurlijke keuze.'Volkskrant KEES BROERE 23 april 2014
  2. een openbare toilet
    De kunstenares wil het urinoir naast de kerk aan het Lonneker dorpsplein ombouwen tot een galerie. De e-mailtjes met de meest creatieve namen voor de kleine expositieruimte stromen binnen. Galurie wordt een aantal keren genoemd. De Solistenkamer, Galerie de Plasserie of L’art trine, een samenvoeging van latrine en vitrine, zijn eveneens voorbeelden van mogelijke namen. Net zoals Plas op de Plaats, De Kunstplas en Galerie de Gulp.Tubantia 24-03-17
  3. tijdelijk, provisorisch toilet
    Normaal komen luiaards alleen uit de boom om te poepen, maar nu hebben onderzoekers waargenomen dat zij ook uit de boom komen om poep te eten. Tot hun verbazing troffen Duitse en Peruaanse biologen een tweevingerige luiaard (Choloepus didactylus) in hun eigen latrine. Het dier hing aan een balk en schepte met een hand uit het halfvloeibare mengsel van uitwerpselen, urine en toiletpapier om het vervolgens op te eten. NRC 28 december 2010

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buitenshuis toilet’ voor het eerst aangetroffen in 1875