lastigvallen

/ˈlɑstəxˌfɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op hinderlijke wijze iemands aandacht opeisen, hinderen, irriteren in iemands concentratie of bezigheden
    Hij werd vaak lastiggevallen.
    Hij had gelijk, mijn experiment om in stilte te lopen moest ik meer in afzondering uitproberen en niet de groep er te veel mee lastigvallen, dus ik trok me in de dagen daarna steeds meer terug.
  2. ov (ov) op vervelende wijze iemands aandacht trekken door na te roepen, obscene of dreigende gebaren te maken (e.d.)
    Vormen deze mannen een groep? Is hier dan sprake van overlast door een probleemgroep? Zijn de mannen ruzie aan het maken, meisjes aan het lastigvallen en handelen ze in drugs? Of zijn het gewoon mensen die in de buurt wonen en elkaar gezellig op straat ontmoeten, terwijl ze aan de auto sleutelen, omdat ze nu eenmaal geen geld hebben om hem naar de garage te brengen? {{Aut|Rothfusz, Jacqueline

Vertalingen

Engelsbother, disturb, bother
Fransdéranger, molestar, troubler
Duitsstören, belästigen, anpöbeln
Spaansacosar
Italiaansdisturbare, molestare