langlaufen

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) op latten door de sneeuw voortbewegen
    Er wordt daar veel gelanglauft
  2. erga (erga) op latten door de sneeuw ergens heengaan
    Martin langlaufte langs het bos toen hij werd overvallen door een lawine.
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) wedstrijdsport waarbij de sporters zich voortbewegen op lange ski's
    Langlaufen is een sport tijdens de Olympische winterspelen.
    Ik weet waar jullie aan denken, jongens, zei hij. Sixten Jernberg heeft blijkbaar gewonnen en het is mooi dat we een gouden medaille bij het langlaufen hebben. Maar onthoud één ding, Sixten Jernberg is snel vergeten. Rome zal er altijd zijn.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘skilopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924

Vertalingen

Engelscross-country skiing
Fransski de fond
DuitsSkilanglauf
Spaansesquí de fondo, esquí nórdico
Italiaanssci di fondo
Japansクロスカントリースキー
Zweedslängdåkning