langlaufen
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) op latten door de sneeuw voortbewegenEr wordt daar veel gelanglauft
- (erga) op latten door de sneeuw ergens heengaanMartin langlaufte langs het bos toen hij werd overvallen door een lawine.
zelfstandig naamwoord
- (sport) wedstrijdsport waarbij de sporters zich voortbewegen op lange ski'sLanglaufen is een sport tijdens de Olympische winterspelen.Ik weet waar jullie aan denken, jongens, zei hij. Sixten Jernberg heeft blijkbaar gewonnen en het is mooi dat we een gouden medaille bij het langlaufen hebben. Maar onthoud één ding, Sixten Jernberg is snel vergeten. Rome zal er altijd zijn.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘skilopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924
Vertalingen
Engelscross-country skiing
Fransski de fond
DuitsSkilanglauf
Spaansesquí de fondo, esquí nórdico
Italiaanssci di fondo
Japansクロスカントリースキー
Zweedslängdåkning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek