landrat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlantrɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die op het land woont en nooit op zee komtIk heb een hekel aan de uitspraak: De kust is de rand van het land. Kustbewoners staan altijd met hun achterste naar de zee, ze kijken naar het binnenland en ontvangen de mensen. De anderen, de landratten, zien de kust als de weidsheid, de horizon, de rust. Het zij zo. We moeten niet te veel flauwekul vertellen over de kust, dat is pure commerce. De Standaard 1 augustus 2009 [http://www.standaard.be/cnt/s92datok 'Hier geen gek toerisme']Volgens mij lijken die dingen op vrijheid, maar om daar zeker van te zijn, wilde ik de zaak opnieuw bekijken, langer en beter. Daarop stuurde de landrat met het koffertje charmante e-mails naar rederijen in de haven van Antwerpen. Niemand reageerde. De Standaard 30 maart 2013 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130329_00522955 Zonnige groeten vanop de Helmut]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek