landgoed
onzijdig (het)/ˈlɑntxut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een groot landhuis met een uitgestrekt gebied dat als één geheel beheerd wordt, meestal door de landgoedeigenaarIk liet mijn blik waren over het landgoed dat het hotel omgordde.De restaurateur schreef het plan voor de MeyerBergman Erfgoed Groep, die het paleis in 2017 kocht. De eigenaar wil van het monument en omringende landgoed een evenementencentrum maken. Ook komen er een hotel, horeca en tientallen woningen. De inkomsten daaruit worden gebruikt voor de restauratie van het paleis.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek