landbouwmachine

vrouwelijk (de)/ˈlɑndbɑumaˌʃinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mechanisch apparaat dat handwerk in het boerenbedrijf vervangt
    Links en rechts aan het geheime wapen zaten metalen stoeltjes met ventilatiegaten in het voorgevormde zitvlak, als bij een landbouwmachine.
    "Ik snap er niks van", zegt Jan van Zuilichem uit Maasbommel. Bij hem waren er spijkers in zijn mais gestoken en werden er ijzeren staven tegen de stengels geplakt, waardoor zijn landbouwmachine tijdens het oogsten kapotging. Sindsdien is hij waakzaam. "Wij staan 's morgens om 4.30 uur op. Het eerste wat we doen, is met knipperlichten schijnen. Ik heb er slapeloze nachten van gehad."

Vertalingen

Engelsfarm machine, agricultural machine