landbouwcrisis
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) (economie) crisis in de landbouw
- (geschiedenis) crisis in Europa tussen 1878 en 1895 die ontstond als gevolg van de import van goedkoop graan en andere landbouwproducten uit de VS en Canada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek