landarbeider

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een (ongeschoolde) boerenknecht
    De bus kantelde op de rechterkant. De inzittenden waren vrijwel allemaal Roemeense vrouwen die als landarbeiders werkten bij het binnenhalen van de oogst.Tubantia Rosa Oosterhoff 23-AUGUSTUS-2017
    Op de boerderij Lesbury werd Smart donderdag met open armen ontvangen door zijn voormalige landarbeiders, maar ook door oorlogsveteranen en lokale politici - zijn voormalige politieke vijanden.Volkskrant Carlijne Vos 24 december 2017
    De collectie bleek nog veel rijker dan hij wist. Er zat een ongeopende envelop tussen, verzonden vanuit Ierland in 1843. Daarin zat een brief geschreven door een landarbeider aan zijn vrouw, Mary Walsh, die gevangen zat in de gevreesde Tasmaanse vrouwenkolonie op Van Diemensland.NRC Pia de Jonglandarbeider 7 maart 2017

Vertalingen

Engelsfarmhand, peasant, any hired hand working for a landowner