landadel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- adel die zijn macht en status ontleent aan het bezit en beheer van landgoederen; vaak ook betrokken bij de lokale bestuurlijke en militaire zaken binnen zijn territoriumDe Twentse steden waren in de Staten van Overijssel niet vertegenwoordigd, anders dan de drie IJsselsteden Deventer, Zwolle, Kampen. Namens Twente sprak tot dan alleen de regionale landadel.Zou een normaal meisje uit de betere Argentijnse middenklasse, en dus beslist niet zoals vaak wordt gesuggereerd een meisje van de landadel, zou een vrouw van gewone komaf ooit aan zo’n avontuur beginnen anders dan uit eerzuchtige motieven?
Vertalingen
Engelslanded gentry, country nobility
Fransnoblesse terrienne
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek