lammetjespap
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɑməcəsˌpɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) eenvoudig gerecht bestaand uit een gekookte en gezoete brij van melk en meelbloemOp schooldagen op het Schimmelplein in Utrecht bleven mijn broertje en ik ‘over’ bij Henne. Ze maakte lammetjespap voor ons.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek