laatste
mannelijk (de)/ˈlatstə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wie of wat niet meer door anderen wordt gevolgdWanneer jullie weggaan, moet de laatste het licht uitdoen.
Etymologie
Vanwege de werkzaamheden reden gisteren ook al minder treinen van en naar het hoofdstation. Vannacht om 00:50 uur vertrok de laatste trein.
Uitdrukkingen
- Laatste Avondmaal
- Laatste Oordeel
- De eersten zullen de laatsten zijn.
- Altijd het laatste woord willen hebben
- De laatste der Mohikanen zijn — de laatste zijn die nog ergens in gelooft
- De laatste hand aan iets leggen — iets afmaken/voltooien
- De laatste loodjes wegen het zwaarst — aan het eind van de klus wordt het werken het meest moeilijk; de dingen op het einde van een karwei zijn het vermoeiendst
- De laatsten zullen de eersten zijn
Vertalingen
Spaanspostrero, último
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek