laag
mannelijk/vrouwelijk (de)/lax/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeftDeze laag bevat opvallend veel iridium, dankzij de meteorietinslag van 65 miljoen jaar geleden.Het was een ijskoude nacht en ik werd meerdere malen bibberend wakker. Verbaasd zag ik de volgende ochtend dat er een dun laagje ijs op mijn tent lag.
- (sociologie) sociale klasse
Etymologie
* In de betekenis van ‘niet hoog’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- de volle laag — alles, in volle omvang van iets dat onprettig is
Vertalingen
Engelslayer, tier, low
Franscouche, bas, basse
DuitsLage, Schicht, niedrig
Spaanscapa, estrato, tongada
Italiaansbasso, bassa
Portugeesbaixo, baixo
Russischслой, низкий, низкий
Chinees低
Japans低い
Koreaans낮다
Arabischمنخفض
Turksalçak
Poolsniski, niski, niski
Zweedslåg, låg, låg
Deenslav
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek