laïciseren

/ˌlaʔisiˈzere(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. het verliezen van de status als priester
    In kerkelijke termen heet dat laïciseren, het betekent dat hem zijn statuut als bisschop en priester wordt ontnomen. Eigenlijk zou hij dat zelf moeten doen.
  2. ontkoppelen van het maatschappelijk leven van kerk en geloof

Etymologie

*van "laïciser"