kweek
mannelijk (de)/kwek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) (tuinieren) activiteit waarbij men bepaalde planten of andere levende wezens voor een bepaald doel laat groeienHij houdt zich bezig met de kweek van cichliden.
- (landbouw) (tuinieren) (biologie) planten of andere levende wezens die iemand voor een bepaald doel heeft laten opgroeien
- (landbouw) (tuinieren) plaats die bestemd is voor het laten opgroeien van jonge plantjes
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaalde grassoort, , die in de tuin een lastig uit te roeien onkruid is
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "queke", in de betekenis van ‘tarwegras’ aangetroffen vanaf 1477; vermoedelijk verwant met "kwiek", verwijzend naar de snelle groei
Vertalingen
Engelscouch-grass
Spaansgrama, grama de las boticas, grama francesa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek