kwats
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onzin, flauwekul, nonsensAan de cafébars, op de markt en in het buurthuis wordt er wel gemeesmuild om de nieuwe ambities van de stad. “Wanne kwats,” heet het dan al gauw, wat een onzin. In deze streek verbindt men grote woorden graag met dikdoeners en aanstellers. Slimste regio? Culturele hoofdstad? “Tis wa.”Ik zag het voor me, hoe Martijn een paar uur voor het tv-optreden aan het sparren was met een publiciteitsmevrouw van de PvdA. Het droop van het scherm af. Welke argumenten, welke woorden hij herhaaldelijk moest gebruiken om de kijker te overtuigen van zijn gelijk. Hij heeft zich blindgestaard op die voorgekauwde, klinkklare kwats.
- kwak, kwab
Etymologie
* afleiding van quatsch
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek