kwast
mannelijk (de)/kwɑst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textiel) een borstelachtige versieringDe rand van het gordijn was afgezet met kwastjes.
- (schilderkunst), (huishouden) steel met borstel, gebruikt voor uiteenlopende doeleindenDe schilder maakte zijn kwasten schoon voordat hij ze opborg.
- (informeel), (persoon), (pejoratief) een vreemd of vervelend iemandWat een rare kwast is hij toch!De Fransen, die onverdraaglijk hooghartige kwasten, hadden gekregen wat ze verdienden.
- (bosbouw) (houtbewerking) onregelmatigheid in de nerf van een stuk hout ontstaan door het insluiten van een zijtak in het hout van de stamDeze kwast maakt dit dure stuk buxus onbruikbaar voor het vervaardigen van een muziekinstrument.
- (drinken) zelfgemaakte limonade van uitgeperste citroen, water en suiker naar smaakOp deze bloedhete dag was het heerlijk eens kwast te drinken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘knoest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Vertalingen
Engelstassel, weirdo, oddball
Spaanspincel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek