kwartelkoning
mannelijk (de)/ˈkwɑrtəlˌkonɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kraanvogelachtigen) bepaald soort vogel, , in Nederland zeldzame ral die leeft in de graslanden met gelig kleed en kenmerkende roep
Etymologie
*, een verwijzing naar een Griekse fabel; in de betekenis van ‘ralvogel’ voor het eerst aangetroffen in 1763
Vertalingen
Engelscorncrake
Fransrâle des genêts
DuitsWachtelkönig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek