kwal

mannelijk/vrouwelijk (de)/kwɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. neteldieren (neteldieren), vrijzwemmend, voornamelijk in zee levend ongewerveld dier met een geleiachtig lichaam in de vorm van een klok of paraplu
    De kwal dankt zijn gif aan een gen dat zijn voorouders honderden miljoenen jaren geleden overnamen van een bacterie.
    November, Den 20. hadden wy de hoochte van 36. graden 57. minuten, zagen veel quallen drijven, enen grootte menichte van Seeluysen, een gedierte de Luysen zeer gelijck, vande groote als een kleyne vliege.
  2. scheldwoord (scheldwoord) arrogant, vervelend persoon
    Sommige mensen vinden Louis van Gaal een kwal.
    De schrijver koos als hoofdpersoon van het Boekenweekgeschenk een bescheiden vrouw die literaire avondjes organiseert. „Ze heeft een beetje pech dat ze net Ilja Leonard Pfeijffer treft, een arrogante kwal.”

Etymologie

*cognaat met "Kwalle"; in de betekenis van ‘neteldier’ voor het eerst aangetroffen vanaf 1615 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsjellyfish
Fransméduse
DuitsQualle, Meduse
Spaansmedusa, aguamala, aguamar
Italiaansmedusa
Portugeesmedusa
Turksmedüz
Poolsmeduza
Zweedsmanet