kwakkel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkwɑkəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoendervogels, verouderd (hoendervogels) (verouderd) bepaald soort vogel,
    Toen stak er een wind op, door de HEERE gezonden; die voerde kwakkels aan van de zee en strooide ze uit over de legerplaatsNum 11:31.
  2. media (media) journalistieke misser, -vaak opzettelijk- onjuist bericht
    Geloof die kwakkel toch niet!

Etymologie

*[1] via Middelnederlands "quackel" / "quackele" van Latijn "quaccola", in de betekenis van ‘hoendervogel’ aangetroffen vanaf 1240