kwak
mannelijk (de)/kʋɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoeveelheid kleverig of gelei-achtig materiaalEr viel een kwak mayonaise op mijn broek.
- (roeipotigen) bepaalde reigersoort,De kwak broedt in de zoete en zoute draslanden van Afrika, Europa, Azië en Amerika.
- gedroogde en gemalen cassave
Etymologie
*(klanknabootsing)
Vertalingen
Engelsdollop, black-crowned night heron, night heron
Fransbihoreau gris, héron bihoreau
DuitsNachtreiher
Spaansmartinete común, guaco, garza bruja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek