kunstzinnigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gevoel dat men heeft voor het schoneHet was tijd om op te breken, midden in een eindeloze discussie over de politieke functie van het toneel en als dat het geval was de tegenstelling tot de eis van kunstzinnigheid van in ieder geval het traditionele toneel.Aan het begin van de herdenking zei Remco Campert dat de poëzie "haar liefdevolle strenge meester" is kwijtgeraakt. Vriend Jan Mulder zei dat Komrij altijd naar "een kwinkslag in de serieuze kunstzinnigheid" zocht. "Gerrit hield van het lied, maar vergat het liederlijke niet."
Etymologie
* afleiding van kunstzinnig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek