kunststuk
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat met grote vakbekwaamheid is gemaakt
- een werk van een kunstenaarOp 18 februari 1897 viel de ooit zo glorieuze stad in een dag. De Britten brandden daarbij het grootste deel van Benin plat - nadat ze de kunststukken uit het paleis hadden geroofd waarvan de bronzen beeldhouwwerken tot op de dag van vandaag in het British Museum te zien zijn. NRC Femke van Zeijl 27 oktober 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek