kul
mannelijk (de)/kʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) (verouderd) teelbal
- (informeel) onzin, voor-de-gek-houderijDat is toch kul!
Etymologie
**[2] in de tegenwoordig enige gangbare betekenis van ‘flauwigheid, onzin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek