kuisen

/ˈkœʏ.sə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) schoonmaken, opruimen
    Ze wilde de kamer nog even kuisen.
  2. ov (ov) ontdoen van mogelijk aanstootgevend materiaal
    Ze besloten het draaiboek te kuisen om niet in de problemen te komen.

Etymologie

*afgeleid van kuis

Vertalingen

Engelsbowdlerize, expurgate
Fransexpurger
Spaansexpurgar
Portugeesexpurgar