kuif

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) opstaande haarlok op het hoofd
    Zijn haar was naar voren in een kuif gekamd.
  2. anatomie (anatomie) hoofdhaar
  3. dierkunde (dierkunde) opstaand verenkleed op de kop van een vogel

Etymologie

* In de betekenis van ‘opstaand voorhaar’ voor het eerst aangetroffen in 1600

Uitdrukkingen

  • In zijn kuif gepikt zijnBeledigd zijn over iets

Vertalingen

DuitsTolle, Haartolle
Spaanscopete, moño, airón