kudde

mannelijk/vrouwelijk (de)/'kɵdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep samenlevende (zoog)dieren
    Runderen leven in een kudde.
    Wat je ziet is een kudde wilde paarden die allemaal een andere kant op willen rennen.
    De drie zusjes en ik hebben daarstraks het traject waarlangs de kudde naar beneden denderde minutieus onderzocht en we vonden nergens een verdachte bobbel die leek op een mensenlichaam.

Etymologie

* In de betekenis van ‘troep’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsherd, flock
DuitsHerde, Schafherde
Spaansrebaño
Poolsstado, trzoda