krullenjongen
mannelijk (de)/ˈkrʏlə(n)ˌjɔŋə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) jongen die pas in de leer is bij een timmermanMaar, wie timmerman wil worden,En dat zijn wil, flink en goed,Dient te weten, dat hij vóórafKrullenjongen worden moet.
- (figuurlijk) (pejoratief) onervaren functionaris die weinig kennis of gezag heeftToen het boek verscheen had ik een mooi voordeel van mijn eerste huwelijk. Ik kende namelijk veel redacteuren van kranten en ik werd direct behoorlijk besproken. Dus niet zo'n lullige opsomming van de inhoud door een krullenjongen die toevallig een kind van tien heeft en een boekie wil bespreken, maar goeie artikelen.
Etymologie
*, vanuit de gedachte dat de werkzaamheden aan het begin van de leertijd vooral bestaan uit het opvegen van het houtafval
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek