kruiwagen

mannelijk (de)/ˈkrœywaɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een eenwielige kar met twee lange handgrepen voor het transport van zware, meestal losse lading
  2. figuurlijk (figuurlijk) iemand die een persoon aan een baan helpt

Etymologie

* In de betekenis van ‘eenwielig voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1343

Vertalingen

Engelswheelbarrow
Fransbrouette
DuitsSchubkarre
Spaanscarretilla
Italiaanscarriola
Russischтачка
Turksel arabası
Poolstaczka
Zweedsskottkärra