kruit

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ontplofbaar mengsel in de vorm van een poeder bestaande uit salpeter (kaliumnitraat), zwavel en fijne houtskool.
    Het woord kruit is verwant met kruid, maar wordt thans gebruikt in de betekenis van "poeder".

Etymologie

* In de betekenis van ‘ontplofbaar mengsel’ voor het eerst aangetroffen in 1376

Vertalingen

Engelsgunpowder
Spaanspólvora