kruiskerk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkrœyskɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) een kerkgebouw waarvan de plattegrond een kruisvorm heeft door de aanwezigheid van een dwarsbeuk (transept) tussen het schip en het koor
    In de kruiskerk om de hoek kun je vandaag luisteren naar liturgische gezangen.

Vertalingen

Engelscruciform church
Zweedskorskyrka