kruising
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een punt waar twee of meer wegen samenkomenOp die kruising gebeuren veel ongelukken.
- (sport) de snijpaal van een doelpaal met de latHij schoot de bal precies in de kruising.
- een soort bevruchting bij planten en dieren van exemplaren van een soort of ras door exemplaren van een ander rasDoor middel van kruising hebben we dit nieuwe soort kunnen maken.
- soort ontstaan door de paring van twee individuen van verschillende rassen of soortenDankzij biologische kruising is het nieuwe soort een feit!Tot mijn opluchting zag ik dat het geen jonge beer, maar een grote vrouwtjescoyote was. Een soort kruising tussen een wolf en een vos.
- een persoon of zaak die bepaalde eigenschappen van twee andere personen of zaken in zich verenigtDat kind was een kruising tussen zijn moeder en zijn vader.
Etymologie
* van kruisen
Vertalingen
Engelscrossing
Franscarrefour
Spaanscruce
Poolsskrzyżowanie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek