kruiser
mannelijk (de)/ˈkrœʏsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) (scheepvaart) een oorlogsschip dat hoge snelheden kan halenDrie kruisers zetten de achtervolging in.Gedurende het dappere maar zinloze verzet brachten ze drie Duitse kruisers en meerdere torpedojagers tot zinken, vooral in het noorden leden de Duitsers zware verliezen.
- (scheepvaart) een type jachtDrie kruisers hielden een wedstrijd.
Etymologie
* van kruisen
Vertalingen
Engelscruiser, cruiser, cabin cruiser
Franscroiseur, cruiser
DuitsKreuzer, Kreuzer
Spaanscrucero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek