kruisdak

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dakconstructie waarbij twee snijdende daken elkaar kruisen.
    De toren rees steil uit het midden van het kruisdak met blinkende wijzerplaten, overal zichtbaar, naar elke hemelstreek éen en met zijn grijze klokjes en de doorzichtige 'appel', waar je de zee uitzag, de handelschepen varen en dan de haan in de wolken of in de blauwe lucht.