kruisbek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine vinkachtige zangvogel
    Begin oktober is volgens Vogelbescherming Nederland de ideale periode om de trek in kaart te brengen. "Vanuit het hoge noorden komen broedvogels aan om bij ons te overwinteren", aldus de organisatie. "Zo zijn er al heel wat kramsvogels, kruisbekken, zwarte mezen en sijzen in ons land gearriveerd. Ook de roofvogeltrek komt op gang. Vogels die hier de zomer hebben doorgebracht zakken nu af naar zonnigere gebieden."
    Vorig jaar werden in ons land alleen 65.524 vogels van 132 verschillende soorten geteld. Opvallend was het grote aantal kruisbekken.

Vertalingen

Engelscrossbill, red crossbill