kruimeldief

mannelijk (de)/ˈkrœyməlˌdif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaat om te stofzuigen
    De gemorste koffie was zo opgeruimd met de kruimeldief.
  2. een persoon die kleine misdrijven pleegt
    De kruimeldief had met de overval op de sigarenboer nog geen 50 euro verdiend.