kruimel

mannelijk (de)/ˈkrœy.məl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein afgebroken stukje van brood, koek, beschuit of ander voedsel
    Jetfighter veegde de kruimels van haar shirt, deed haar zware rugzak weer om en vertrok in haar onnavolgbare snelle tempo.

Etymologie

*afgeleid van kruim

Vertalingen

Engelscrumb
Spaansmiga, migaja