kruidtuin

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuin of deel van een tuin waarin men verschillende planten houdt
    Parken in de winter zijn kaal, behalve in Mechelen. Ieder jaar nodigt het stadsbestuur een kunstenaar uit zijn of haar werk in de stedelijke kruidentuin te plaatsen. Rik Poot plantte er tijdelijk mooie bronzen beelden. Behalve de beelden in de kruidentuin is Mechelen de moeite waard voor een aangename wandeling door het historische centrum van de stad. Rik Poot, stedelijke kruidtuin, Pitzemburgstraat 8, Mechelen. T/m 31 maart, dag 8-20u NRC 14 januari 1999 [https://www.nrc.nl/nieuws/1999/01/14/buitenland-7430830-a309807 BUITENLAND]
    Plantentuinen zijn botanische tuinen, bomentuinen, heemtuinen, rozentuinen, tuinen waar de natuurliefhebber kan kennismaken met planten. Veertig worden er in dit boek beschreven, van het Rosarium te Winschoten tot en met de Kruidtuin van de stad Leuven. NRC 27 mei 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/05/27/zojuist-verschenen-herdrukt-7268951-a1060318 Zojuist verschenen; herdrukt]

Etymologie

* [https://web.archive.org/web/20200713141204/https://taaladvies.net/taal/advies/tekst/25#3 taaladvies over het al dan niet gebruiken van de tussen -e-]