krot
onzijdig (het)/krɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- oude, slechte, kapotte armoedige woningIn de achterbuurt staan veel krotten die onbewoonbaar verklaard zijn.
- (voeding) snoep gemaakt van kandijsiroop, glucose, suiker en boter, streekproduct in HalleWie al eens carnaval viert in Halle zal ongetwijfeld ook al eens een krot geproefd hebben.
Etymologie
*[2] verwijzing naar het productieproces waarin het snoep na bereiding nog 2 maanden ligt te "verkrotten"
Vertalingen
Engelsden, hovel
Spaanschabola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek