kroos
onzijdig (het)/kros/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) een geslacht van vrij op het water drijvende waterplanten uit de familie of, tegenwoordig,
- inkeping in een duig
- klokhuis
- pruim
- rente
Etymologie
* In de betekenis van ‘waterplantje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1484
Vertalingen
Spaanslenteja de agua
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek