kroongetuige

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) de belangrijkste getuige in een rechtszaak (van de openbare aanklager)
  2. een getuige die zelf een verdachte is, maar die bereid is om in ruil voor strafvermindering tegen één of meer andere verdachten te getuigen

Etymologie

* In de betekenis van ‘getuige voor de openbare aanklager’ voor het eerst aangetroffen in 1960