kromhoorn
mannelijk (de)/ˈkrɔmhorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een dubbelrietinstrument met gekapt riet en gebogen pijp uit de renaissanceDe gebogen vorm van de kromhoorn helpt de speler zijn eigen instrument beter te horen en zo op stemming te houden.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelscrumhorn
Franscromorne
DuitsKrummhorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek